TEST VAN SOCIAAL GEDRAG

 

Vanaf 16 augustus 2006 is het behalen van een attest �Test van Sociaal Gedrag� een vereiste vooraleer kan deelgenomen worden aan een wedstrijd voor het behalen van het offici�le brevet.
Ook kan vanaf 16 augustus 2006 geen enkel werkboekje meer aangevraagd worden zonder voorlegging van het attest �Test van Sociaal Gedrag�.

 

Hieronder een overzicht van alle proeven welke gedurende deze test moeten afgelegd worden.
(Bron KKUSH � Vda Editie 2000).

 

Algemeen

Deze test staat open voor alle honden, die minstens 9 maanden oud zijn, met of zonder stamboom.
De behaalde resultaten zullen het bewijs zijn van zijn sociaal gedrag tegenover mensen en andere honden.

De honden die slagen voor de test bekomen een attest.


Jury

De test wordt gekeurd door 2 keurmeesters die elk van een andere sectie moeten deel uitmaken.


Doel

Het belangrijkste doel van deze test is te onderzoeken of de hond zich sociaal gedraagt tegenover mensen en dieren en een normaal gedrag vertoont in het verkeer.


Evaluatie

Op al deze oefeningen mag de hond noch agressief noch bang zijn.
Het attest wordt enkel uitgereikt indien de hond geslaagd is voor elke oefening.
Er worden geen punten of kwalificaties toegekend.
Enkel de beoordeling GESLAAGD of NIET GESLAAGD wordt toegekend.

De keurders mogen eventueel een bijkomende oefening inlassen in geval van twijfel. Deze moet gebeuren in de geest van de vorige oefeningen.

De hond die niet geslaagd is mag na 4 maanden een tweede test aanvragen.

 

Op een verkeersvrije plaats van minimum 500 m2

 

Proef 1

Laten betasten van de hond (geleider mag de hond vasthouden). De hond moet zijn tatoeage of ingeplante chip laten controleren (geleider mag de hond vasthouden). Honden zonder leesbare tatoeage of chip mogen niet deelnemen.

 

Proef 2

Wandeling aan de leiband (leiband minimum 1 m lang). Een weg van ongeveer 20 m wordt afgelegd waarna men in slalom door een groep vanminstens 6 stilstaande, pratende mensen gaat om te stoppen midden in deze groep (oppervlakte 25 m2). De geleider met de hond aan de leiband neemt plaats op 10m van de groep en wordt door de groep ingesloten tot op een afstand van 1,50 m. Op teken van de keurmeester gaat de groep terug uiteen. De geleider plaatst de hond op 5 m van de groep (leiband kan desgevallend vastgehouden worden door en andere persoon) en neemt plaats tussen de groep, waarna hij de hond oproept. De leiband mag steeds worden aangelaten.

 

Op straat voetpad en normale circulatie van mensen en voertuigen

 

Proef 3

De hond wordt door de geleider vastgelegd met een leiband van 3 m lengte en wordt op een normale manier achtergelaten. De geleider gaat uit het zicht van de hond gedurende een bepaalde tijd. Tijdens deze tijd wordt de hond voorbij gegaan op een afstand van 5 m vanaf het punt waaraan de hond is vastgelegd (dit is 2 m buiten bereik van de hond) door 2 personen zonder hond en daarna door 2 personen met honden.

 

Proef 4

De geleider wandelt op straat met de hond aan de leiband (minimum 1 m lang) en wordt gekruist in 2 richtingen :

1. Door 2 personen met honden

2. Door een jogger op een afstand van 2m

3. Door een fietser op een afstand van 3m

4. Door een auto die ongeveer 40 km/h rijdt op een afstand van 3m

 

Home